Landjepik bij een VvE wordt niet altijd beloond!

Datum 14 / 01 / 2020
Door Paul Bekkers In Kennisbank, Nieuwsberichten en Blog

Landjepik bij een VvE wordt niet altijd beloond!

Onlangs heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een verjaringskwestie. De rechtbank heeft geoordeeld dat ondanks het gebruik van een stuk grond gedurende ruim 20 jaar, geen sprake is van verjaring. Hoe zit dit?

De verjaring gaat over een stuk grond van 13 m2 dat onderdeel uitmaakt van een perceel dat in 1972 in appartementsrechten is gesplitst. Eén van de appartementsrechten betreft een bedrijfsruimte met een tuin, een berging en een schuur, die tot eind jaren ’70 dienst deed als bakkerij. De schuur staat op het stuk grond van 13 m2. Deze schuur staat tegen de erfgrens van het perceel van de VvE en de daarachter gelegen woning. De woning maakt onderdeel uit van een rij van zes woningen, die vroeger in gebruik waren als arbeiderswoningen. Deze woningen maken geen onderdeel uit van de VvE.

In 1983 vraagt de achterbuurvrouw (eigenaresse van één van de woningen) aan iemand van de bakkerij of zij de leegstaande schuur mag gebruiken. Zij krijgt daarvoor toestemming, waarna zij een opening in de schuur maakt zodat zij haar spullen in de schuur kan plaatsen. Vervolgens breekt zij in 1995 de schuur af en trekt zij de scheidsmuur tussen haar tuin en die van haar buurman door tot voorbij de schuur en plaatst deze voor dat deel dus op het perceel van de VvE (tevens in de tuin van de bakkerij).

In 2009 gaat de bedrijfsruimte over op een nieuwe eigenaar. De eigenaar besluit tezamen met de VvE, de achterbuurvrouw aan te schrijven en haar te sommeren het gebruik van het stuk grond te beëindigen. De achterbuurvrouw weigert dit, omdat zij van mening is dat zij door verjaring eigenaresse is geworden van het stuk grond. Zij is zogezegd van mening dat ‘landjepik’ in haar geval dus wordt beloond.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de achterbuurvrouw bezitter is geworden van het stuk grond. Voor dit bezit is nodig dat de achterbuurvrouw de feitelijke macht over het stuk grond is gaan uitoefenen. Dit moet kenbaar en ondubbelzinnig zijn, hetgeen betekent dat het voor de eigenaar van de bedrijfsruimte en de VvE duidelijk moest zijn dat zij het bezit van het stuk grond gingen verliezen aan de achterbuurvrouw. Omdat de achterbuurvrouw bekend was met het gegeven dat het stuk grond niet van haar was, is zij niet te goeder trouw en geldt dat dit bezit 20 jaar onafgebroken moet hebben voortgeduurd.

De rechter oordeelt dat de achterbuurvrouw nooit bezitter is geworden van het stuk grond, omdat zij destijds – voordat zij de opening in de schuur maakte – toestemming heeft gevraagd en gekregen om de schuur te mogen gebruiken. Als iemand een stuk grond – of schuur in dit geval – gebruikt met toestemming, kan diegene daar nooit bezitter van worden.

Deze uitspraak laat nog maar eens zien hoe belangrijk feiten zijn. Vanwege het simpele feit dat de achterbuurvrouw toestemming heeft gevraagd, trekken de eigenaar en de VvE aan het langste eind.

Heeft u hierover een vraag of heeft u een specifieke zaak of vraag over verjaring, dan kunt u contact opnemen met mr. Paul Bekkers of Fleur Messink.

Terug naar overzicht

Juridische abonnementen

Met onze abonnementen bieden wij continue juridische ondersteuning, bijstand en actuele informatie op het gebied van appartementsrecht.

Juridische abonnementen

Nieuwsbrief ontvangen?

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en nieuwsberichten? Meld u zich dan aan voor onze nieuwsbrief.

Rijssenbeek Advocaten - Velperweg 35-1 - 6824 BE Arnhem - E info@rijssenbeek.nl - T 026 - 443 42 49

© Copyright 2019 - Rijssenbeek Advocaten

Website gerealiseerd door RIFF Online.